Cookies

Deze website maakt gebruik van cookies voor het optimaliseren van de gebruikservaring.

  • functionele cookies

    Functionele cookies zijn noodzakelijk om de goede werking van deze website te garanderen. 

  • analytische cookies

    Cookies van Google Analytics en Hotjar worden door deze website gebruikt voor het anoniem analyseren van het gebruik van de website. 

  • tracking

    Deze website maakt optioneel gebruik van de zogenaamde Facebookpixel (tracking cookie) om advertenties te plaatsen die voor jou interessant kunnen zijn. Meer informatie over de privacy-aspecten hiervan is te vinden op Facebook

Ga naar content
Sla hoofdafbeelding over
Demonstratie op straat van Surinamers met borden waarop leuzen staan
i

Dekolonisatie

Het proces waarbij kolonies zelfstandig worden van een moederland heet ‘dekolonisatie’. Dat proces kan politiek zijn en een heel duidelijke climax hebben, zoals de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Maar dekolonisatie kan ook wat meer geleidelijk verlopen, waarbij het denken langzaam verandert en de mijlpalen zich wat minder scherp aftekenen, zoals in de verhouding tussen Nederland en de ‘Antillen’ het geval is.

Dekolonisatie stopt niet bij onafhankelijkheid, maar werkt door in het heden. Het is zichtbaar in veranderende beeldvorming, gebruikte stereotypen en benamingen, over zowel de eigen groep als over anderen.

Er zijn duizenden verhalen overgeleverd, op schrift maar ook mondeling, van generatie op generatie over wat dekolonisatie met mensen doet. Op deze pagina kunnen we maar een kleine impressie geven. Van erfgoed dat getuigt van verzet, strijd en ontworteling, tot verhalen die meer gaan over de veranderende kijk op koloniale tijden en verhoudingen.

“Vaarwel Indië”: verhalen van afscheid en ontworteling

Foto van Max Hattu met een foto van zijn familie
i

Ruim 300.000 mensen vertrekken tussen 1945 en 1968 van Indonesië naar Nederland. Dat zijn ruim 300.000 verhalen van afscheid nemen, heimwee en ontworteling. Vele persoonlijk getuigenissen zijn inmiddels vastgelegd in brieven, podcasts en op film. Zo vertrok de driejarige Irene Tjio in 1955 vanuit Djakarta naar een voor haar onbekende bestemming. “Mijn vader was lange tijd diep ongelukkig in Indonesië en mijn moeder diep ongelukkig in Nederland”. Lees mee met de verhalen van Max Hattu, Rob Kopijn en Irene Tjio, een kleine greep uit de geschiedenis van hen die naar Nederland kwamen. 

Lees het hele verhaal Ga naar artikel

Het verborgen verhaal van de koto

i

Kotomisi-ensemble, ca. 1920, Suriname

Veel mensen hebben wel eens vrouwen met een Afro-Surinaamse achtergrond in koto gezien. Grote kleurige jurken met bijzonder gebonden hoofddoeken, ook wel angisa’s genoemd. Deze kleding is niet alleen maar mooi. Zowel de geschiedenis als hun hedendaagse functie is vol betekenis. De koto – de rok – is  vanaf de tijd van de slavernij ontwikkeld. Volgens sommigen werd de dracht door jaloerse slavenhoudsters bedacht, die de lichaamsvormen van hun tot slaaf gemaakte vrouwen wilden bedekken. Anderen denken dat het juist de vrouwen zélf waren, die met deze kleding de plantage-eigenaren van hun lijf probeerden te houden. De bijbehorende angisa kent haar eigen taal. De manier van binden en vouwen, maar ook het patroon kan voor ingewijden een duidelijke boodschap zijn. “Let them talk” of “wacht op me op de hoek” bijvoorbeeld. De koto vertelt grote koloniale geschiedenissen, naast familieverhalen vol herinneringen aan grootmoeders en overgrootmoeders en is al decennialang onderdeel van het Nederlands erfgoed. Maar desondanks is ze nauwelijks te vinden in Nederlandse musea. Hoe zou dat komen?

Lees verder over koto’s op Modemuze.nl Opent in nieuw venster

Suriname: viering van de onafhankelijkheid

Foto van het gloednieuwe Surinaamse militaire muziekkorps dat door de straten van Paramaribo paradeert
i

Still uit de videofilm 'Welcome Republic of Surinam'

Op 25 november 1975 werd Suriname officieel een onafhankelijk land. De soevereiniteitsoverdracht werd groots gevierd. Op deze beelden uit het Polygoonjournaal zien we Suriname aan de vooravond van de feestelijkheden. Terwijl hoogwaardigheidsbekleders als Joop den Uyl, prinses Beatrix en prins Claus in Paramaribo arriveren, zien we ook talloze Surinamers richting een toestel van KLM lopen. Zij kiezen voor een toekomst in Nederland.

Bekijk het Polygoonjournaal over Suriname op de vooravond van de feestelijkheden Opent in nieuw venster

Twaalf transporten met Molukkers naar Nederland

Zwart-wit foto van Molukse passagiers op het transportschip 'Kota Inten'
i

Na jarenlange strijd erkent Nederland op 27 december 1949 de soevereiniteit van Indonesië. Op 26 juli 1950 wordt het koloniale leger opgeheven. Een deel van de inheemse militairen gaat over naar het leger van Indonesië, een ander deel demobiliseert, maar er is ook een groep Molukse militairen die niet naar het Indonesische leger over wil gaan. Voor hen is het niet meer veilig in Indonesië, omdat ze als verraders worden gezien. Het besluit is dat ze ‘tijdelijk’ naar Nederland gaan. Zij zullen niet meer terugkeren en in Nederland blijven. Voor de eerste twaalf transporten van Molukse gezinnen worden elf boten ingezet. Aangekomen in Rotterdam of Amsterdam worden de Molukkers in kampen opgevangen. Bijvoorbeeld in woonoord Lunetten in het Brabantse Vught. Met drie gulden per week moesten gezinnen het zien te rooien. Lees en beluister de getuigenissen van (nazaten van) Molukkers die huis en haard moesten achterlaten.

Lees het hele verhaal Ga naar artikel

Dekolonisatie van Nederlands-Indië in beeld

Zwart-wit beeld van een Sherman tank met Nederlandse militairen wordt vanuit het schip aan wal gereden ten tijden de eerste 'politionele actie'
i

“Sherman tanks van het Nederlandse leger dreunen de wal op” - still uit filmpje ‘Linggadjati in de branding (Acte 4)’ (2:02 min)

In 1945 stuurde Nederland militairen om de kolonie Nederlands-Indië te behouden. Tijdens de dekolonisatieoorlog trad Nederland hardhandig op. Het polygoonjournaal fungeerde toen als propagandakanaal van Nederland. Hoewel de strijd woedde tot in 1949 tonen de beelden geen gevechtsacties. Een journaal uit 1947 toont de ondertekening van de overeenkomst van Linggadjati die werd afgesloten op 15 november 1946 en aan de politionele acties vooraf ging. Ook zien we beelden van de soevereiniteitsoverdracht en de beëdiging van president Sukarno in 1949.

Bekijk filmmateriaal van de dekolonisatie van Nederlands-Indië Opent in nieuw venster

Trinta di mei

i

Op 30 mei 1969 staat Willemstad in brand. Wat begint als een staking op een nabijgelegen Shell-raffinaderij groeit uit tot een ware volksopstand. Duizenden mensen trekken plunderend en brandstichtend het centrum van de stad in. Twee mensen komen om het leven, er zijn honderden gewonden en de schade loopt in de miljoenen. Toch zien velen deze dag als belangrijk keerpunt in de geschiedenis van Curaçao. Jarenlange smeulende onvrede over racisme, sociale ongelijkheid en de systematische achterstelling van de zwarte bevolking is tot uiting gekomen in de rellen. Ze veroorzaken een verandering in de Antilliaanse politiek. De witte regering neemt ontslag en er wordt werk gemaakt van rechtsgelijkheid, betere sociale voorzieningen en vertegenwoordiging van zwarte mensen in het parlement. Ook Nederland realiseert zich dat er meer ruimte moet komen voor politieke vernieuwing. Sinds 1995 geldt 30 mei als officiële herdenkingsdag op Curaçao.

Lees het hele verhaal Ga naar artikel

Anton de Kom, voorvechter van de dekolonisatie

Afbeelding van een selectie van boekcovers van Wij slaven van Suriname

Anton de Kom (1889-1945), auteur van de klassieker ‘Wij slaven van Suriname’ (1934), was een belangrijk voorvechter van dekolonisatie. Hij streed niet alleen voor de rechten van Surinamers, maar ook zette hij zich in voor Nederlandse arbeiders en was actief in het Nederlands verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat moest hij met de dood bekopen; hij stierf kort voor de bevrijding in het concentratiekamp Neuengamme-Sandbostel aan de gevolgen van tuberculose. Hij is de eerste Surinamer die in de Canon van Nederland is opgenomen, maar tijdens zijn leven werd hij door de Nederlandse overheid als een landverrader en oproerkraaier gezien.

Lees het hele verhaal Ga naar artikel

De ‘politionele actie’ door de ogen van een kind

Tekening van Mohammad Toha Adimidjojojo van de menselijke schilden tegen het Nederlandse leger dat Jogjakarta binnenkomt
i

Ten tijde van de tweede ‘politionele actie’ was Mohammad Toha Adimidjojo elf en woonde in Jogjakarta op het eiland Java. Daar was hij in 1948 getuige van hoe de Nederlandse militairen de stad binnenvielen en dood en verderf zaaiden. Met potlood en waterverf tekende hij alles wat hij zag. “Ik verkocht iedere dag sigaretten op straat om mijn moeder te helpen. Maar binnenin de sigarettendoos zaten mijn tekenspullen. Ik tekende op hele kleine papiertjes, zodat de militairen niets zouden ontdekken.”

Lees het hele verhaal Ga naar artikel

Twee landen in mijn hart

Portret van Marlène Melfor
i

Marlène Melfor werd geboren op Curaçao, groeide op in Limburg en keerde pas toen ze midden dertig was terug naar haar moederland. Beide landen hebben een bijzondere plek in haar hart. Haar grootouders maakten de slavernij nog mee. Zij bezaten een enorm landgoed dat waarschijnlijk tijdens de slavernij periode geannexeerd was door de plantagehouders. “Vanuit Nederland werd het eiland bestuurd alsof ons land het bezit van Nederland was,” zegt Marlène. “Mijn eerste kennismaking als kind met het systeem van het kolonialisme was in het onderwijs. Op school werd er bijvoorbeeld vanuit de Nederlandse religies gedoceerd. En ik werd vanaf de eerste dag op de kleuterschool verplicht om Nederlands te spreken.” Dat terwijl Curaçaoënaren thuis alleen in Papiamentu spreken. “Gekoloniseerd zijn betekende dat het verre Nederland waar weinigen van ons toen nog geweest waren, in onze verbeelding op een paradijs leek.”

Lees het hele verhaal bij mijnGelderland Opent in nieuw venster

Haar naam is Isabella

Geschilderd portret van Isabella, donker meisje van ongeveer 12 jaar oud. Ze zit met een kanten hoed op het hoofd en een waaier in de rechterhand. Door Simon Maris circa 1906.
i

In 1906 poseert een twaalfjarig meisje in het atelier van de schilder Simon Maris in Amsterdam. Zestien jaar later wordt het schilderij in de collectie van het Rijksmuseum opgenomen en omschreven als ‘Indisch type; Oostersch meisje zittend in een fauteuil’. Nog weer later, in 1976, krijgt het portret in de catalogus de titel ‘Negerinnetje’. In 2015 is deze omschrijving aanleiding voor een debat over terminologie. Moeten de beschrijvingen van schilderijen niet mee veranderen met de maatschappelijke normen en waarden? En blijven zwarte mensen op schilderijen niet opvallend vaak anoniem? Er wordt ook een onderzoek gestart naar het schilderij van Maris. Het onbekende meisje blijkt helemaal niet onbekend: haar naam is Isabella. 114 jaar na haar poseersessie is Isabella met haar echte titel te bewonderen in het museum.

Lees het hele verhaal Ga naar artikel